Weblog

Blog: De wetenschap als zesde macht: onafhankelijk en neutraal?

Tijdens een goed bezocht symposium mocht ik onlangs samen met Daan Roovers de ROB-bundel Wetenschap en overheidsbeleid aanbieden aan de voorzitter van de Tweede Kamer, Vera Bergkamp. Aanleiding voor deze essaybundel waren de ingrijpende coronamaatregelen, die opnieuw de prangende vraag opwierpen naar de verhouding tussen de wetgever en de wetenschap, en de betekenis van kritiek uit de samenleving.

Het wantrouwen in de wetenschap en haar betekenis voor het overheidsbeleid was voor de ROB één van de redenen om deze bundel uit te brengen. Die reden geldt nog steeds onverminderd. Zo ontboezemde de huidige minister van OCW, Robbert Dijkgraaf, onlangs dat voor hem een van de grootste verrassingen van de coronapandemie niet het succes van de vaccins was, maar het feit dat sommigen een levensreddend geschenk niet wilden of konden accepteren, dat zelfs de strijd tegen een pandemie gepolitiseerd kon worden.

Het isolement van de eigen bubbel

Zoals bij zoveel problemen heeft het niet zoveel zin om het probleem van het diepgewortelde wantrouwen geïsoleerd te bekijken. Want degenen die de wetenschap zozeer wantrouwen, hebben óók geen vertrouwen in de onafhankelijke journalistiek die zowel analoog als digitaal wordt geuit via de media. Zij hebben bovendien geen vertrouwen in de overheid en de vele instellingen die daarvan deel uitmaken, met inbegrip van de wetgever, de rechterlijke macht en de uitvoerende organen.

Wie zowel de wetenschap, de media, als de rechtsstatelijke instituties wantrouwt en zelfs verdacht maakt, houdt op de keper beschouwd nog maar heel weinig over om op te vertrouwen. Wat resteert er dan nog anders dan de – per definitie te beperkte – eigen kennis en waarneming? Wie zo weinig vertrouwen heeft in de wereld om hem heen, raakt geïsoleerd in de eigen bubbel en is op geen enkele manier in staat om nieuws en nepnieuws van elkaar te onderscheiden en houdt alleen nog maar de informatie uit de eigen kring voor waar.1

Wie zo geïsoleerd is, is ook niet in staat om een echte discussie aan te gaan, terwijl zowel wetenschap als politiek nu juist bestaan bij de gratie van het debat, bij de gratie van de verschillende visies en verschillende opvattingen die voor elkaar openstaan, met elkaar de dialoog aangaan en zich aan elkaar scherpen. Zonder debat geen politiek en ook geen wetenschap.

Polarisatie

De Amerikaans-Poolse historica Anne Applebaum wijst erop dat in onze samenleving instituties die altijd als van elkaar gescheiden en onafhankelijk en onpartijdig en als boven de partijen staand werden beschouwd, tegenwoordig door bepaalde groepen in de samenleving niet meer als neutraal, niet meer als onafhankelijk worden opgevat en daardoor niet meer worden vertrouwd.2

De afbreuk van het vertrouwen in de wetenschap gaat hand in hand met de afbreuk van het vertrouwen in de rechtsstatelijke en democratische instituties. Bij ons gaat het naar mijn indruk gelukkig nog wat minder ver dan in de VS of in Polen, maar het maatschappelijke debat is ook hier niet goed in staat de anderen – de 'ongelovigen' / de wappies / de niet-vaccineerders – te bereiken. Applebaum haar punt is dat het dieperliggende probleem niet de desinformatie of het nepnieuws is – dan zou het wellicht helpen als het kabinet het beleid nog wat beter zou uitleggen – maar de enorme verdeeldheid, de polarisatie.

Zes machten

Naast de drie klassieke machten van de trias politica wordt de ambtenarij wel als de vierde macht opgevat en de media als de vijfde. De ROB heeft daarbij uitvoerig stilgestaan in zijn adviesrapport Een sterkere rechtsstaat (2019). De wereld van wetenschap en advisering is zo beschouwd aan te merken als de zesde macht. Van al die machten wordt nu door substantiële groepen in de samenleving de positie ter discussie gesteld. Zowel de rechter als de wetenschapper zijn in hun ogen ontdaan van hun sluier van neutraliteit. Zij hebben als het ware hun toga afgelegd. En ook de wetgever – die geacht wordt in een democratisch-rechtsstatelijk besluitvormingsproces uit uiteenlopende algemene gezichtspunten voor de samenleving als geheel een belangenafweging te maken – is zo bezien partijdig. De legitimiteit van welk soort autoriteit dan ook wordt in twijfel getrokken. Het is een paradigmawisseling die zowel de wetenschap als het overheidsbeleid in het hart raakt.

Noten
1          Zie daarover ook het vorig jaar door de ROB uitgebrachte advies Sturen of gestuurd worden? Over de legitimiteit van sturen met data.
2          Anne Applebaum (2020). Twilight of Democracy. The Seductive Lure of Authoritarianism. New York: Random House.

Wetenschap en overheidsbeleid: een spanningsvolle relatie

Frank van Ommeren, Daan Roovers, Pieter de Jong & Bart Coster (red.), Wetenschap en overheidsbeleid. Een spanningsvolle relatie. Den Haag: Boom bestuurskunde 2022, 284 pag.

Deze ROB-bundel is van belang voor wetenschappers die zich bewegen in wereld van politiek, beleid en wetgeving en voor politici, beleidsmakers en wetgevingsambtenaren die te maken hebben met wetenschappelijk onderzoek; en verder voor iedereen die in die verhouding geïnteresseerd is. De essaybundel bevat bijdragen van gerenommeerde auteurs uit de werelden van wetenschap, wetgeving, beleid en politiek en het snijvlak daartussen. De bundel bevat een pleidooi voor rolvastheid: er moeten duidelijkere spelregels komen, zodat iedereen beter zijn eigen rol kan vervullen.

Frank van Ommeren is hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.