Briefadvies Bekostigingssystematiek gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

Het bekostigingsvoorstel dat de staatssecretaris van OCW aan de ROB heeft voorgelegd, is een consequente doorvertaling van de politieke keuze dat het voor een kind met achterstand niet moet uitmaken in welke gemeente het onderwijs geniet. Het verdeelvoorstel doet meer recht aan de kosten die gemeenten moeten maken om hun onderwijsachterstandenbeleid vorm te geven. De financiële consequenties voor een aantal gemeenten maken echter een zorgvuldig overgangstraject noodzakelijk.

Samenhang met decentralisaties

De ROB adviseert aan de staatssecretaris van OCW om het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) in samenhang te bezien met de decentralisaties in het sociaal domein. Het toekennen van beleidsvrijheid aan gemeenten en decentralisatie van het budget zou hiertoe een goed middel zijn. Het maatwerk dat dan mogelijk wordt, zou tot een doelmatigere en effectievere inzet van middelen leiden. Dit zou ook een oplossing zijn voor het spanningsveld dat de Onderwijsraad signaleert in zijn advies Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd.

De ROB constateert echter dat de gerichte inzet van de GOAB-middelen zwaarder heeft gewogen. Gegeven die politieke keuze is een specifieke uitkering de meest aangewezen bekostiging.

Adviesvraag OCW

Het CBS heeft een indicator ontwikkeld die, beter dan de huidige gewichtenregeling, achterstanden van leerlingen voorspelt. Om deze te vertalen in een budgetverdeling over gemeenten zijn echter politieke keuzes nodig, zoals het percentage leerlingen dat als ‘achterstandsleerling’ wordt aangemerkt. De staatssecretaris van OCW heeft aan de ROB gevraagd om te adviseren over een budgetverdeling over gemeenten, waarbij geen drempels in de bekostiging worden toegepast worden en geen onderscheid in grootteklasse wordt gemaakt. De kamerbrief legt ook andere varianten voor, zoals een grotere doelgroep, drempels en een compartimentering. Die zijn echter niet betrokken geweest in de adviesvraag aan de ROB.

Verdeelsystematiek GOAB

De ROB constateert dat de variant die is voorgelegd, een consequente doorvertaling is van de politieke keuze dat het voor een kind met achterstand niet moet uitmaken in welke gemeente het onderwijs geniet. De verschuivingen in budget in die variant zijn omvangrijk, maar zijn een weerspiegeling van de huidige ongelijkheid tussen gemeenten van het niveau van onderwijsachterstandenbeleid. Een aantal gemeenten kregen veel budget en zetten dat mede in voor het scheppen van een ruim aanbod voor een brede doelgroep, terwijl veel (meest kleine) gemeenten slechts zeer beperkte middelen kregen en daarmee een veel beperkter beleid konden voeren. De herverdeling is dus het resultaat van het gelijktrekken van het kwaliteitsniveau.

Dat neemt niet weg dat de herverdeeleffecten voor sommige gemeenten – in de variant die aan de ROB is voorgelegd – omvangrijk zijn. Om plotselinge schokken in beleid en aanbod te voorkomen, is een zorgvuldig overgangstraject nodig, als deze variant doorgang zou vinden.