Journalisten voeren op dit moment een oneerlijk gevecht tegen de macht van grote technologiebedrijven en dat ondermijnt het Nederlandse publieke debat. Dat was één van de conclusies van het debat dat op 6 oktober 2026 door de Coalitie voor het Vrije Woord en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) georganiseerd werd in perscentrum Nieuwspoort. Aanleiding voor het debat was het rapport Herover de publieke sfeer van de ROB. Vertegenwoordigers van de journalistieke beroepsgroep en de wetenschap gingen in gesprek onder leiding van journalist Leonard Ornstein.
Herover de publieke sfeer
Afgelopen zomer publiceerde de ROB het rapport 'Herover de publieke sfeer'. ROB-raadslid Ronald van Raak zette de analyse uiteen. Drie uitgangspunten daarbij komen uit het werk van filosoof Daan Roovers, en zijn door de ROB als volgt vertaald.
- Een democratie kan niet zonder een publieke sfeer waarin we het constructief met elkaar oneens kunnen zijn;
- Een democratie kan niet zonder een publieke sfeer waarin we werken aan een gedeeld beeld van de werkelijkheid;
- Een democratie kan niet zonder een publieke sfeer waarin de deelnemers open staan voor nieuwe perspectieven en inzichten.
De gehele negentiende en twintigste eeuw waren het vooral journalisten die de publieke sfeer bouwden. Nu hebben zij flinke concurrenten van nieuwe vormgevers, namelijk grote technologiebedrijven en hun algoritmen. Deze algoritmen bepalen of, wanneer en hoe we als burgers informatie te zien krijgen. Ook dienen de algoritmen andere belangen dan het gemeenschappelijke werk aan een gezonde publieke sfeer. Ze dienen commerciële belangen die vaak haaks staan op de drie uitgangspunten van hierboven. Tegelijkertijd vervullen ze een steeds fundamentelere rol in de publieke sfeer; daarom schaadt het gebrek aan publieke inzage en controle over de werking van deze algoritmen onze democratische rechtsstaat. De oproep in het rapport luidt dan ook: ‘Herover de publieke sfeer!’
Macht en een grondrecht op betrouwbare informatie
In 'Herover de publieke sfeer' heeft de ROB gebouwd op het werk van filosoof Daan Roovers, nu onder meer lid van de Eerste Kamer. Tijdens de bijeenkomst richtte Roovers zich in haar bijdrage op de macht van grote technologiebedrijven. Ze trok daarbij een parallel met fabriekseigenaren en Luddieten in de negentiende eeuw. De Luddieten waren niet tegen technologie, maar wel tegen de machines die fabrieksbazen inzetten om ambachtsmensen te vervangen. Daarnaast maakte Roovers zich sterk voor een grondrecht op betrouwbare informatie.
Het panel: journalistiek in een tijd van algoritmen
Pieter Klok, hoofdredacteur van De Volkskrant, zette de toon in het panelgesprek door te stellen dat huidige macht van de grote technologiebedrijven een radicaler handelen vergt. Hij richt zich tot journalisten, maar ook tot burgers en de politiek, omdat de krachten die op dit moment op de publieke sfeer inwerken zo groot zijn dat journalisten daar weinig tegen kunnen beginnen.
Marcel Broersma, hoogleraar Media en Journalistieke Cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen, schetste dat hoewel de journalistiek enerzijds steeds beter van kwaliteit wordt, de samenleving ook ingrijpend is veranderd waarbij het bereik van de journalistiek steeds meer naar de marge wordt gedwongen. Voor veel mensen zijn sociale media dé manier geworden om zich tot de wereld om hen heen te verhouden. Een gedeeld beeld dat naar voren werd gebracht, was dat sociale media platforms an sich niet het probleem zijn; het zijn de sturende algoritmen die ervoor zorgen dat het publieke debat verder wordt gepolariseerd en gefragmenteerd.
Sheily Belhaj, chef van NOS Stories, merkte daarbij een belangrijke paradox op waar journalisten zich tegenwoordig toe te verhouden hebben. Journalisten willen niet afhankelijk zijn van sociale media, maar ze zijn wel dé manier om mensen te blijven bereiken. En dat heeft ook een positieve kant: juist door sociale media worden groepen bereikt die normaal over het hoofd zouden worden gezien, zoals jongeren.
Universitair Docent Tim Groot Kormelink van de Vrije Universiteit Amsterdam doet veel onderzoek naar socialemediagebruik, en ziet bijvoorbeeld dat jongeren over het algemeen nog best veel vertrouwen hebben in traditionele nieuwsmedia, maar dat deze media niet altijd zo aansprekend zijn als nieuwe makers op sociale media. In lijn daarmee klonk uit het panel ook een oproep aan journalisten: laat je als journalist juist inspireren door die nieuwe makers, zoals influencers. Kijk hoe zij omgaan met het bereiken van hun achterban. Maar houd ondertussen journalistieke waarden en praktijken in ere.
Ook de rol van de politiek is een belangrijk thema in het panelgesprek. Aan de ene kant zien we dat politici weinig oog hebben voor de gevaren van big tech. Daan Roovers droeg enkele voorbeelden aan van initiatieven die spelen, vooral in Europees verband, waaruit blijkt dat de kwestie steeds meer op de politieke agenda komt te staan. Dit is hoopgevend. Aan de andere kant zien we ook dat het juist de politici zijn die ervoor zorgen dat de journalistiek verder onder druk komt te staan. Politici zijn tegenwoordig snel geneigd om de integriteit van journalistiek werk in twijfel te trekken als de boodschap ze niet aanstaat. Dat ondermijnt de belangrijke rol van de journalistiek. Ook onder politici zou er een besef moeten zijn dat journalisten een rol te spelen hebben in de democratische rechtsstaat. Hoewel journalisten en politici soms lijnrecht tegenover elkaar staan, is het goed als ze ook gezamenlijkheid zien in het in stand houden van onze publieke sfeer en de democratische rechtsstaat.
Slot: er staat veel op het spel
Ronald van Raak sloot het debat af met de constatering: journalisten zijn strijdbaar en ze weten wat er op het spel staat. Maar, ze voeren een oneerlijk gevecht: de kracht van de algoritmen is te dominant. De ROB gebruikt de opbrengst van het debat in het vervolg van het adviestraject over macht of tegenmacht. Er komt een breder rapport waarin naast de journalistiek ook wordt ingegaan op de positie van andere ongekozen instituties met een belangrijke rol in de democratische rechtsstaat. Zo werkt de ROB op dit moment aan een tweede deelonderzoek over de ambtelijke dienst; dat rapport verschijnt in 2027.