Johan van Oldenbarnevelt is nog altijd niet gevonden. Dit kreeg ik te horen tijdens een bezoek aan het Binnenhof, dat op dit moment wordt verbouwd. Voor de grote renovatie had ik als Kamerlid het voorstel gedaan om op zoek te gaan naar de resten van de staatsman, die in 1619 voor de Ridderzaal werd onthoofd. Door toedoen van prins Maurits, waarna het lichaam werd weggestopt in de eeuwenoude grafkelders, onder de huidige gebouwen van de Eerste Kamer en Algemene Zaken.
Het centrum van onze politieke geschiedenis
Wandelen door het Binnenhof was lopen door de geschiedenis, wat ik mis in het huidige onderkomen van de Tweede Kamer. De politieke strijd die hier in de wanden zat en de geest van andere tijden die hier rondwaarde. Al die verschillende panden, uit zulke verscheidene tijden, door gangen en over trappen met elkaar verbonden. Wat er steeds voor zorgde dat de politici elkaar tegenkwamen en in gesprek bleven. Een politiek die juist Van Oldenbarnevelt voorstond – al werd hij dan vermoord.
Als ik als Tweede Kamerlid destijds steun nodig had voor een voorstel, liep ik op een goed moment naar het gebouw van de VVD - vlak bij de oude zaal van de Tweede Kamer - in de voormalige balzaal. Dan ging ik over een brede trap naar boven, met aan de wanden portretten van onze koningen en koninginnen, nakomelingen van Maurits. Halverwege maakte de trap een draai en op dit plateau stond een oude troon. De zetel van Willem III, die lange tijd in de oude zaal van de Tweede Kamer had gestaan en nu hier stond.
De symboliek van de lege troon
Vanaf 1848 werd de Tweede Kamer rechtstreeks gekozen en verloor de koning zijn invloed op het parlement. De troon van Willem III stond midden in de Tweede Kamer, maar bleef altijd leeg, want de koning had hier niets meer te zoeken. Daarmee werd deze lege troon een bijzonder symbool: in het parlement zit niemand op de troon. Geen enkele van de Kamerleden had de macht, die moest altijd met anderen worden gedeeld. Na verloop van tijd werd de troon vervangen door een spreekstoel.
Na enige omwegen kwam de oude troon hier terecht, op de trap op weg naar de VVD. Een keer betrapte ik een collega van die fractie, die stiekem op de troon was gaan zitten, om te kijken hoe dit voelde. ‘Geen bil mag ooit het fluweel raken’, riep ik hem toe, terwijl ik de trap omhoog liep – waarop de collega verschrikt opkeek en zich snel uit de voeten maakte. In onze democratie mag niemand zich de macht toe-eigenen. Geen mens is hier de baas – dat zijn wij als burgers met z’n allen.
Democratie en de bemoeienis van burgers
Wereldwijd staan parlementaire democratieën onder druk, zo blijkt ook uit Naar een sterkere democratie. Voor, met en van burgers, een recente studie van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). In de VS en Rusland, in Hongarije en Turkije, India en Israël en zoveel andere landen zijn leiders gekozen die zich de troon hebben toegeëigend. Waar de rechtsstaat wordt uitgehold en tegenmachten opzij worden gezet. Van ambtenaren en rechters, journalisten en wetenschappers en van burgers zelf.
Op 29 oktober a.s. zijn er verkiezingen, dan kiezen de burgers op democratische wijze aan wie zij de macht toevertrouwen. De rechtsstaat beschermt diezelfde burgers vervolgens tegen de mensen die zij zelf hebben gekozen. Democratie en rechtsstaat zijn onderling verbonden; het ene kan niet zonder het andere. Democratie kunnen burgers ook niet uitbesteden, daar moeten we ons mee blijven bemoeien en Naar een sterkere democratie laat zien welke rol overheden, maar ook burgers hierin hebben.
De geest van Van Oldenbarnevelt
Johan van Oldenbarnevelt werd onthoofd, maar zijn geest bleef voortleven aan het Binnenhof; onze huidige politieke cultuur is mede op zijn denkbeelden gebaseerd. Een eenheid die niet van bovenaf kan worden afgedwongen, zoals prins Maurits dit had geprobeerd door Van Oldenbarnevelt te vermoorden. Maar een eenheid die van onderaf moet ontstaan, doordat verschillende mensen en uiteenlopende groepen op zoek gaan naar wat wij delen en in wat voor land wij tezamen het liefste willen leven.
In het huidige onderkomen van de Tweede Kamer miste ik de lege troon. Toen ik me daarover beklaagde kreeg ik een bericht van de Kamervoorzitter, dat hij de troon graag een plek wilde geven. Zo gebeurde, op een prachtige plaats. De troon staat nu niet weggestopt in een trappengang, maar schuin tegenover de ingang van de zaal. Een mooi symbool, voor ministers en voor Kamerleden en ook voor ambtenaren en journalisten: de troon moet altijd leeg blijven, geen bil mag ooit het fluweel raken.
| Deze blog verschijnt in een serie over onze democratie van de raadsleden van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). |
De auteur
Ronald van Raak is hoogleraar Filosofie in Nederland aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en raadslid bij de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).