Adviesrapport Goede ondersteuning, sterke democratie

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties moet normen stellen over ondersteuning van gemeenteraden en provinciale staten. Het gaat daarbij onder meer over de onafhankelijke positie van de griffier en het normeren van een ondergrens voor rekenkamers. Dat adviseert de Raad voor het Openbaar Bestuur in zijn advies 'Goede ondersteuning, sterke democratie' dat op verzoek van de minister is uitgebracht.

De Raad vindt ook dat er meer duidelijkheid moet komen over het verlenen van ambtelijke bijstand aan de gemeenteraad of provinciale staten, en dat het principe van fractievergoeding opnieuw moet worden doordacht.

Taken zwaarder en complexer

De Raad signaleert dat het werk van decentrale volksvertegenwoordigers de afgelopen jaren flink is verzwaard. Denk aan decentralisaties in het sociale domein maar ook aan vraagstukken van klimaat, stikstof of energietransitie. Taken zijn complexer en samenwerking is ingewikkelder, omdat er meerdere partijen aan tafel zitten. Meer werk dus, waarbij de ondersteuning is achtergebleven.

Ondersteuning decentraal bestuur

Uit de analyse die de Raad maakte, blijkt dat er grote verlegenheid is bij gemeenteraden en provinciale staten om in zichzelf en in de eigen ondersteuning te investeren. Raadslid of Statenlid is lekenbestuur. Dat moet ook zo blijven en dus verdienen zij de beste ondersteuning. De minister kan hieraan een impuls geven door dwingender dan nu te sturen op de ondersteuning van het decentrale bestuur.

Verder onderzoek naar omvang middelen

De Raad adviseert dat de minister nader onderzoek laat doen naar de omvang van de middelen die nodig zijn om aan de normen te voldoen. Als de normen leiden tot een wijziging van de taken of activiteiten van gemeenten of provincies, moet de minister volgens de regels van de Financiële-verhoudingswet aangeven hoe gemeenten of provincies dat kunnen bekostigen. Als uit het onderzoek blijkt dat de eigen middelen van gemeenten of provincies niet toereikend zijn, adviseert de Raad dat de minister middelen daarvoor beschikbaar stelt.

Naleving normen stimuleren

Tenslotte adviseert de Raad de minister om te stimuleren dat de normen worden nageleefd. Burgemeesters en commissarissen van de Koning zijn bij uitstek in staat om als voorzitter van de gemeenteraad of provinciale staten sturing te geven aan ondersteuning. De driehoek met de griffier en gemeente- of provinciesecretaris kan daarbij een grote rol spelen.

Ondersteuning is geen luxe of bijzaak

De minister kan dit allemaal niet alleen. Decentrale volksvertegenwoordigingen moeten ook zelf meer verantwoordelijkheid nemen om werk te maken van ondersteuning. Zo zou er beter gebruik gemaakt kunnen worden van het wettelijk instrumentarium voor ondersteuning.
Ondersteuning is geen luxe of bijzaak maar een essentiële voorwaarde voor het functioneren van een volksvertegenwoordiger en voor een sterke democratie.

Noot bij dit advies

Bij dit advies is een paper gevoegd van  Jos Hessels, burgemeester van Echt-Susteren. De heer Hessels heeft aan de Raad uitzonderlijk veel input geleverd aan dit advies. Hij promoveerde in 2018 op een onderzoek naar ondersteuning van de gemeenteraad en was bereid om op eigen titel voor de Raad een paper over dit onderwerp te schrijven.

Toelichting op het advies door ROB-raadslid Huri Sahin

Video: Toelichting op advies Goede ondersteuning, sterke democratie

Huri Sahin – raadslid Raad voor het Openbaar Bestuur:

Hoe kunnen we gemeenteraden en provinciale staten zo goed mogelijk ondersteunen? En hoe betalen we dat? Dat zijn de vragen van de minister van BZK aan de Raad voor het Openbaar Bestuur. In ons advies Goede ondersteuning, sterke democratie beantwoorden we de vragen als volgt.

De Raad vindt dat de minister normen moet stellen over ondersteuning. Het gaat daarbij onder meer over de onafhankelijke positie van de griffier en het normeren van een ondergrens voor rekenkamers.

Verder vindt de Raad dat er meer duidelijkheid moet komen over het verlenen van ambtelijke bijstand aan de gemeenteraad of provinciale staten en

dat het principe van fractievergoeding opnieuw moet worden doordacht.

Volgens de Raad is de minister aan zet.

Wat zien we in de dagelijkse praktijk? Uit onze analyse blijkt dat er grote verlegenheid is bij gemeenteraden en provinciale staten om in zichzelf en in de eigen ondersteuning te investeren. Verder zien we dat het werk van volksvertegenwoordigers de afgelopen jaren flink is verzwaard. Denk aan decentralisaties in het sociale domein maar ook aan vraagstukken van klimaat, de Omgevingswet of energietransitie. Taken zijn complexer en samenwerking is ingewikkelder.

Raadslid of statenlid is lekenbestuur en moet dat ook blijven en dus verdienen ze de beste ondersteuning. De minister kan hieraan een impuls geven door dwingender dan nu te sturen op de ondersteuning van de decentrale volksvertegenwoordigingen.

De Raad adviseert dat de minister nader onderzoek laat doen naar de omvang van de middelen die nodig zijn om aan de normen te voldoen. Als de normen leiden tot een wijziging van de taken of activiteiten van gemeenten of provincies, dan zal de minister volgens de regels van de Financiële-verhoudingswet moeten aangeven hoe gemeenten of provincies dat kunnen bekostigen. Als uit het onderzoek blijkt dat de eigen middelen van gemeenten of provincies niet toereikend zijn, adviseert de Raad dat de minister middelen daarvoor beschikbaar stelt.

De normen moeten worden vastgelegd. Dat kan in de wet, maar ook bijvoorbeeld via modelverordeningen, modelinstructies of handreikingen.

Naast het vastleggen van de normen adviseert de Raad dat zij ook worden nageleefd. Burgemeesters en commissarissen van de Koning zijn bij uitstek in staat om als voorzitter van de Raad of Provinciale Staten sturing te geven aan ondersteuning. De driehoek met de griffier en gemeente- of provinciesecretaris kan hier een grote rol spelen.

Kort samengevat is ons advies aan de minister: formuleer normen voor ondersteuning, bepaal wat dat kost, leg de normen vast, zorg dat de middelen herkenbaar beschikbaar zijn en stimuleer naleefgedrag.

De minister kan dit allemaal niet alleen.

Het decentrale bestuur – gemeenten, provincies én waterschappen - moet ook zelf in actie komen. Ondersteuning is geen luxe of bijzaak maar een essentiële voorwaarde voor het functioneren van een volksvertegenwoordiger. En voor een sterke democratie. Daar moet je wat voor over hebben, want goed openbaar bestuur is niet gratis.

In de media