Deze position paper is de neerslag van de bijdrage van raadslid Peter Verheij aan de expertsessie van de Commissie van Deskundigen Hervormingsagenda Jeugd, op 4 juni 2026. Het Rijk heeft gemeenten een breed pakket aan medebewindstaken gegeven. De ROB ziet daarbij een disbalans tussen taken, middelen (budgetten), beleidsvrijheid (mandaten, bevoegdheden en aansturing) en risicoverdeling – een constatering die het Rijk en de VNG delen. Meer inzicht in deze disbalans is nodig om de financiële verhoudingen te herstellen, de democratische verantwoording op orde te krijgen en het goede gesprek tussen overheden weer mogelijk te maken.

Ook in de jeugdzorg spelen deze medebewindstaken en de bijbehorende disbalans. In deze position paper laat de ROB per onderdeel – taken, middelen, beleidsvrijheid en risicoverdeling – zien hoe herstel van de balans hier vorm kan krijgen.

1. De taak

De jeugdzorgtaak is niet goed afgebakend: er zijn geen harde criteria voor toegang, hulpvraag of einde van een traject, en nauwelijks instrumenten om instroom te beperken. In andere sectoren in zorg en sociale zekerheid, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Werkloosheidswet (WW), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn er wel duidelijke toegangscriteria en afbakening. De ROB pleit voor politieke duidelijkheid over wat de taak precies inhoudt, en voor een heldere taakverdeling tussen Rijk en gemeenten: het Rijk voor wat verplicht is, gemeenten voor lichtere zorg en preventie.

2. Beleidsvrijheid

Gemeenten hebben onvoldoende invloed op de omvang van de jeugdzorgtaken. Hun verplichtingen volgen uit wetgeving en uit de interpretatie daarvan door andere instanties. Wat de medische sector of een rechter nodig acht aan jeugdbescherming en jeugdreclassering, zijn de gemeenten verplicht te leveren.  Verplichte regionale samenwerking versterkt dit gebrek aan regie nog verder. De ROB adviseert gemeenten meer beleidsvrijheid te geven waar verschillen tussen gemeenten maatschappelijk aanvaardbaar zijn, bijvoorbeeld bij lichte opgroeiproblemen, en duidelijke bekostigingsafspraken te maken binnen de samenwerkingsketen.

3. Risicoverdeling

Afspraken over wie welke financiële risico's draagt tussen Rijk en gemeenten zijn abstract en onduidelijk, wat de discussie over jeugdzorgfinanciën voortdurend belemmert. De ROB pleit voor een heldere risicoverdeling – bijvoorbeeld via een vangnetconstructie of hardheidsclausule – waarbij geldt: wie een risico kan beïnvloeden, zou ook de bijbehorende kosten moeten dragen.

4. Middelen

Doordat de jeugdzorgtaak onduidelijk is afgebakend, is ook onduidelijk of het beschikbare Rijksbudget toereikend is. Het budget groeit mee met het bbp, niet met de daadwerkelijke jeugdzorgkosten, waardoor gemeenten de financiële risico's dragen. De ROB pleit voor een budget dat aansluit op de taak, beleidsvrijheid en risicoverdeling, navolgbaar is, en vrij besteedbaar blijft voor gemeenten.