In een open brief aan de aankomende formateur onderstreept de Raad voor het Openbaar Bestuur het belang van goed openbaar bestuur als basis voor de opgave van een nieuw kabinet. De ontwikkeling van het openbaar bestuur hoort topprioriteit te zijn. Alleen met gezagswaardige bestuurders, transparante besluitvorming en een stevig draagvlak in bestuur en samenleving kan het nieuwe kabinet de grote maatschappelijke opgaven aanpakken en werken aan herstel van vertrouwen in de overheid. Zeker bij een minderheidskabinet is voortdurende verbinding met burgers, medeoverheden, uitvoerders en het parlement onmisbaar.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Daarnaast pleit de ROB voor een andere manier van verantwoordelijkheid organiseren binnen het kabinet. Bewindspersonen zouden niet langer primair moeten opereren vanuit strikt afgebakende, klassieke portefeuilles, maar gezamenlijk verantwoordelijkheid moeten dragen voor maatschappelijke opgaven die de departementen overstijgen; wat voor steeds meer opgaven het geval is. Een portefeuilleverdeling en regeringsprogramma die zijn ingericht rond doelen en opgaven zijn volgens de ROB de goede weg om echte samenwerking mogelijk te maken en ruimte te maken voor een nieuwe bestuurscultuur.
Tot slot onderstreept de brief het belang van een sterke uitvoeringskracht en stabiele interbestuurlijke verhoudingen. Publieke dienstverlening, uitvoeringsorganisaties en decentrale overheden moeten een stevigere positie krijgen om het vertrouwen van burgers te herstellen. Dat vraagt om structurele duidelijkheid over taken en financiën voor gemeenten en provincies en om een betere afstemming tussen beleid en uitvoering. Alleen met deze versterking van de uitvoering en het lokaal bestuur kan een minderheidskabinet zorgen voor stabiel en effectief bestuur.
