Op 29 oktober aanstaande zijn de eerstvolgende verkiezingen voor de Tweede Kamer. In de aanloop daarnaar hebben politieke partijen een uitgelezen mogelijkheid om zich te profileren, met een eigen boodschap. Maar steeds vaker doen zij dit door zich in de (sociale) media af te zetten tegen concurrenten, niet alleen op de inhoud maar ook op de persoon. Profileren wordt dan vooral polariseren. Dat is in mijn ogen uiteindelijk een heilloze strategie in een democratische rechtsstaat. Het bemoeilijkt coalitievorming, beschadigt personen, en stelt kiezers vaak teleur. De huidige politieke toestand in Nederland spreekt boekdelen. Het is aan politieke partijen om dit ongunstige tij te keren.

Politieke partijen vormen in een democratische rechtsstaat als Nederland een essentiële  schakel tussen kiezers en gekozenen, en tussen burgers en hun overheid. Zij hebben het alleenrecht op de rekrutering en de voordracht van kandidaten voor volksvertegenwoordigende organen en het openbaar bestuur; ook spelen zij een belangrijke rol bij overige benoemingen rond het openbaar bestuur, zoals bij adviesorganen van regering en parlement en zelfstandige bestuursorganen.

Fascinatie
Zelf ben ik van jongsaf aan al gefascineerd door het verschijnsel politieke partijen. Als student politicologie aan de Erasmus Universiteit wijdde ik er in 1985  mijn doctoraalscriptie aan (‘De politieke partij in het Nederlandse politieke systeem’). Anno 2025 is er voldoende aanleiding om de politieke partij als fenomeen in de schijnwerpers te (blijven) zetten. Denk bijvoorbeeld aan de snelle opkomst (en ondergang?) van een nieuwe partij als de NSC en de voortdurende discussie over het al dan niet wettelijk verplichten van een volwaardige  ledenorganisatie van politieke partijen en de mogelijkheid voor een partij als de SGP om vrouwen te weren van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Andere thema’s zijn natuurlijk de voortgaande versnippering van politieke partijen,  met als recent voorbeeld de nieuwe partij Vrede voor Dieren, als afsplitsing van de Partij voor de Dieren, de toenemende afhankelijkheid van politieke boegbeelden (zoals voorheen Pieter Omtzigt bij het NSC, Wilders bij de PVV en Henri Bontenbal bij het CDA) en het toenemende belang van de sociale media voor de communicatie tussen politieke partijen en hun (potentiële) achterban. Of: het mogelijk invoeren van een kiesdrempel, de opkomst van lokale politieke partijen (couleur locale), en last but not least, de financiering van politieke partijen (door subsidies en particuliere donaties). Stuk voor stuk onderwerpen die zich lenen voor promotieonderzoek of advisering, bijvoorbeeld door de Raad voor het Openbaar Bestuur. 😊

Ik ben zelf sinds 1981 lid van een politieke partij: de PvdA. Ik had altijd al affiniteit met het gedachtengoed van deze partij en haar leider Joop den Uyl: sociaal en bevlogen. Het maatschappelijke en politieke debat over de mogelijke plaatsing van NAVO-kruisraketten met een nucleaire taak op Nederlands grondgebied, en het standpunt van de PvdA daarin, waren voor mij de trigger om lid te worden van de PvdA. In duo’s gingen we als PvdA-leden folders in mijn woonplaats Maassluis verspreiden met de later beroemd geworden cartoon ‘Kernwapens de wereld uit’ van Opland. Ik vormde een duo met Arnold Keijzer, die vele jaren later wethouder in Maassluis zou worden.

Beeld: © Opland / Zie: https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/het-tegen-kernwapens-schoppende-vrouwtje-van-opland~bd05bea3

Burger in Almeerse samenleving
In 1990 verhuisde ik met mijn vrouw en dochter naar Almere. Ik had het idee om daar voor de PvdA politiek actief te worden, bij voorkeur als lid van de gemeenteraad. Ik bezocht een algemene ledenvergadering aldaar van de lokale PvdA,  in de kantine van het plaatselijke zwembad, en viel met mijn neus in de boter.  Die vergadering werd gekenmerkt door hoog oplopende ruzies waarbij gezwaaid werd met de statuten en het huishoudelijk reglement van de lokale PvdA-afdeling. Het voelde voor mij als weegschaal niet goed, en ik besloot mij op andere manieren als burger bestuurlijk in te gaan zetten voor de Almeerse samenleving. Dat lukte in de sectoren van welzijn, onderwijs en volkshuisvesting en heb ik met veel plezier jarenlang gedaan. ‘Democratie is méér dan politiek alleen’ (juni 2017), zo luidde het gelijknamige ROB-advies waaraan ik mee heb geschreven, samen met Erie Tanja. En zo is het maar net.

Een voor alle leden aanvaardbaar resultaat casu quo advies
Bij de Raad voor het Openbaar Bestuur, waar ik in 2001 als adviseur ging werken, kon ik mij gelukkig ook bezig houden met het adviseren over de organisatie en het functioneren van politieke partijen. Dat mondde onder meer uit in het advies ‘Democratie vereist partijdigheid.  Politieke partijen en formaties in beweging’ (april 2009) en de essaybundel ‘Politieke partijen: overbodig of nodig?’ (april 2014).

Kopstukken van politieke partijen, die nu vaak over elkaar heen buitelen in het elkaar zwart maken of zelfs demoniseren, via de gemakkelijke weg van de sociale media of talkshows, kunnen wat betreft omgangsvormen een voorbeeld nemen aan een adviesorgaan als de Raad voor het Openbaar Bestuur. Leden van die raad hebben uiteenlopende opvattingen, dragen die ook uit, gaan daarover het inhoudelijke debat met elkaar aan, en komen vrijwel altijd tot een voor alle leden aanvaardbaar resultaat casu quo advies. Dat zorgt in de buitenwereld voor draagvlak en vertrouwen.

The party is over now
Dat zou, nu ik op 1 september met pensioen ben gegaan als adviseur bij de Raad voor het Openbaar Bestuur mijn vooralsnog laatste advies aan politieke partijen zijn: profileren in plaats van polariseren. Als ROB-adviseur geldt voor mij nu: ‘The party is over now’, maar dat geldt hopelijk niet voor onze politieke partijen, als dragers van onze democratische rechtsstaat!

Op maandagmiddag 15 september 2025 staat de Raad voor het Openbaar Bestuur op een symposium in Den Haag stil bij het verleden, het heden en de toekomst van politieke partijen in Nederland. Die bijeenkomst moet stof bieden voor een nieuw ROB-advies over de organisatie en het functioneren van politieke partijen, en een algemeen ROB-advies over het functioneren van de democratie.

Pieter de Jong
Pieter de Jong (1960) werkte tot 1 september 2025 als senior-adviseur voor de Raad voor het Openbaar Bestuur. Pieter studeerde politicologie aan de Erasmus Universiteit. Hij schreef als ROB-adviseur onder andere adviezen en rapporten over: de organisatiecultuur van de rijksdienst, benoemingen in het openbaar bestuur, de organisatie en financiering  van het waterbeheer, het adviesstelsel, landsgrensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking, het functioneren van politieke partijen, de vorm en totstandkoming van regeerakkoorden, maatschappelijke democratie en over burgerinitiatieven op nationaal niveau.