Democratische invloed op de verdeling van energie op het stroomnet is zeer beperkt mogelijk. Wel kan de politiek aanzienlijk meer doen in de ruimtelijke keuzes vooraf. Dat is de belangrijkste conclusie van het advies Eerst programmeren, dan prioriteren van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) dat vandaag verschijnt.
Motie Tweede Kamerleden Grinwis en Jumulet
Het advies is het antwoord op de motie van de Tweede Kamerleden Grinwis en Jumulet. Kamerleden stelden dat door de steeds grotere congestie en schaarste op het net keuzes over de verdeling van netcapaciteit meer politiek worden. In de motie werd de ROB daarom gevraagd te kijken naar welke invloed het parlement heeft op de keuzes bij netbeheer en netcongestie, en wat hierbij de rolverdeling is tussen ACM, netbeheerders, Rijk en decentrale overheden.
Sturing
De ROB adviseert het parlement niet te focussen op het sturen in de gevolgen van netcongestie, zoals wie voorrang krijgt op het net in tijden van schaarse capaciteit. Die sturing ligt op basis van Europese regels bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM): een onafhankelijk zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Daar is destijds in Europees verband bewust voor gekozen. Wel hoort bij de toegenomen schaarste een sterkere publieke verantwoording van de ACM over de nettarieven, toegang tot het elektriciteitsnet en prioritering. Daar kan de Tweede Kamer op toezien.
'Energieplanologie'
De rol voor regering, parlement en decentrale overheden ligt in de ruimtelijke kant van netcongestie. De energietransitie vraagt een integrale aanpak van energie en ruimte. Voor ‘energieplanologie’ is politieke sturing nodig op waar we wonen, werken en welke bedrijvigheid gewenst is. Daaruit volgen: vergunningenbeleid, inrichting en uitbreiding van het stroomnet. Programmeren aan de voorkant, in plaats van prioriteren aan de achterkant. Voor deze keuzes is de politiek aan zet.