Voor 2027 hebben de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de staatssecretaris van Financiën voorstellen gedaan om de verdeling van het gemeentefonds te actualiseren en te verbeteren. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) werd gevraagd over deze voorstellen advies uit te brengen. Volgens de ROB zijn de voorstellen helaas nog niet goed genoeg. De verdeling moet onder andere rekening houden met de huishoudens met de laagste inkomens. Ook moet beter rekening worden gehouden met de inkomsten die de gemeenten zelf kunnen verwerven. Dat is in deze voorstellen nog onvoldoende het geval. De ROB denkt wel dat er aanpassingen mogelijk zijn, waardoor dit wel kan. 

Dit concludeert de ROB in zijn advies Herverdeling Gemeentefonds 2027 dat op 1 april 2026 aan minister Heerma van BZK is overhandigd.

Bijstelling verdeelformules gemeentefonds noodzakelijk
Het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeenten. In 2026 krijgen de gemeenten € 42 miljard van het Rijk. Daarom is het een belangrijke vraag hoe dat geld wordt verdeeld tussen de gemeenten. Daarvoor gelden diverse verdeelformules. Omdat de taken van de gemeenten regelmatig veranderen en omdat de kosten van bestaande taken veranderen, moeten die verdeelformules regelmatig worden bijgesteld. De minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën hebben een aantal verbetervoorstellen aan de ROB voorgelegd voor advies. Deze voorstellen betroffen deels technische aanpassingen en deels inhoudelijke wijzigingen.

Voorstellen houden te weinig rekening met kostenverschillen tussen gemeenten
De verdeling van het gemeentefonds moet aansluiten bij de kostenverschillen tussen gemeenten. De ROB constateert dat de voorstellen dat onvoldoende doen. Zo leidt het voorstel van de minister en staatssecretaris voor de jeugdzorg ertoe dat de gemeenten in één specifiek deel van Nederland meer geld krijgen dan ze aan jeugdzorgkosten hebben, en de gemeenten uit een ander deel zouden minder geld krijgen dat ze aan jeugdzorgkosten hebben.

Een ander voorstel gaat over de maatstaf huishoudens met een laag inkomen. De ROB is het met de minister en staatssecretaris eens dat gemeenten met veel huishoudens met een laag inkomen meer geld uit het gemeentefonds moeten krijgen, maar verschilt van mening hoeveel meer ze zouden moeten krijgen, en welke huishoudens dat precies moeten zijn. De minister en staatssecretaris willen bijvoorbeeld de tien procent huishoudens met de allerlaagste inkomens niet laten meetellen. Bijna alle huishoudens met een bijstandsuitkering behoren echter tot die tien procent; de ROB vindt juist wel dat die erbij horen.

In 2027 een beperkte herverdeling
De ROB adviseert op dit moment alleen positief over de voorstellen voor de OZB-tarieven en voor de wijze van berekenen van de huishoudens met een laag inkomen.

De vorige herverdeling, uit 2023, is nog niet helemaal doorgevoerd. De nieuwe voorstellen van de minister en de staatssecretaris bevestigen de uitkomsten van die vorige herverdeling echter niet. De beoogde verdeling uit 2023 is daarmee van tafel. Daarom vindt de ROB het niet verstandig om nu de herverdeling uit 2023 te vervolgen. Het is beter om volgend jaar de huidige verdeling aan te houden, plus de voorstellen waar de ROB positief over adviseert.

Maak gebruik van beschikbare kennis
De ROB adviseert de minister en staatssecretaris voor het opstellen van nieuwe verdeelvoorstellen vooral ook gebruik te maken van de kennis die gemeenten, kennisinstellingen, praktijkdeskundigen en ook inwoners hebben van verschillende beleidsterreinen. Bij de voorstellen die voorlagen zijn deze nog niet goed genoeg benut. Daarnaast zijn goede bestuurlijke keuzes nodig. De verdeling kan niet alleen gebaseerd worden op statische berekeningen.