Video Hoe werkt het gemeentefonds?

In deze animatievideo van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt uitgelegd hoe het gemeentefonds werkt.

(Beeldtitel: Werking Gemeentefonds. Een animatie. Voice-over:)

RUSTIGE MUZIEK

VOICE-OVER: In Nederland voeren gemeenten heel veel verschillende publieke taken uit.
Om hun taken goed te kunnen uitvoeren, hebben gemeenten geld nodig.
Dat geld komt uit verschillende inkomstenbronnen.
Ongeveer de helft van de inkomsten van een gemeente komt uit het gemeentefonds.
Maar hoe wordt de omvang van het gemeentefonds eigenlijk bepaald?
En hoe wordt het uiteindelijk verdeeld?
Het gemeentefonds wordt beheerd door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties én van Financiën.
Het fonds bevat 27 miljard euro en is bestemd voor alle gemeenten in Nederland.
Gemeenten verschillen onderling in heel veel aspecten.
Deze verschillen vormen de belangrijkste grondslag voor de verdeling.
Zo heeft het aantal inwoners binnen een gemeente invloed op de hoeveelheid geld die ze uit het gemeentefonds krijgt.
Maar het Rijk kijkt onder andere naar het aantal jongeren, de centrumfunctie het grondgebied of de grootte van de watergebieden binnen een gemeente.
Zo kunnen gemeenten met hetzelfde aantal inwoners toch verschillende bijdragen ontvangen uit het gemeentefonds.
De verdeling van het geld over de gemeenten wordt volgens een verfijnde methode uitgevoerd.
De mogelijkheden om een gelijk voorzieningenniveau te kunnen realiseren staan daarbij voorop.
Soms verschuiven taken van het Rijk naar de gemeenten, of andersom.
Dat heeft invloed op de omvang van het gemeentefonds.
In 2015 hebben gemeenten bijvoorbeeld nieuwe taken gekregen op het gebied van jeugd, zorg en participatie.
De uitkering kan uit vier onderdelen bestaan.

(Een tabel.)

Er bestaan voor de algemene uitkering ongeveer zestig factoren in jargon maatstaven genoemd, die de hoogte van de uitkering bepalen.
Deze maatstaven zijn verdeeld in groepen of clusters.
Het CBS geeft aan hoe een gemeente scoort op de verschillende maatstaven.
Voor elke maatstaf staat een vast bedrag per eenheid.
Een bijzondere maatstaf is de onroerendezaakbelasting die de gemeenten heffen.
Het bedrag aan OZB dat de gemeente zelf kan ophalen, wordt in mindering gebracht.
Daarmee is de algemene uitkering bijna bepaald.
De algemene uitkering wordt definitief na vermenigvuldiging met een percentage voor ontwikkelingen die niet via maatstaven worden verdeeld: de uitkeringsfactor.

(Muntstapels groeien.)

Naast deze algemene uitkering zijn er nog drie uitkeringen.
Een integratie-uitkering is bedoeld voor sommige relatief nieuwe taken waarvan de maatstaven nog niet definitief zijn.
De integratie-uitkering Sociaal domein kent ongeveer dertig maatstaven.
Een decentralisatie-uitkering wordt gegeven aan gemeenten die een bijzondere taak van vaak korte duur hebben.
De laatste uitkering is de aanvullende uitkering.
Gemeenten zijn solidair.
Voor gemeenten in financiële moeilijkheden heeft het gemeentefonds een vangnet op grond van Artikel 12.

(De gezonken skyline van een gemeente komt weer boven.)

Wanneer het goed gaat met ons land en er door het Rijk op bepaalde terreinen meer kan worden uitgegeven is er ook meer geld beschikbaar voor gemeenten.
En als het minder gaat, moet de gemeente ook met wat minder geld toe.
Die solidariteit staat bekend als de 'trap op, trap af'-systematiek.
Het resultaat is een percentage: het accres.

(Een man loopt op straat.)

Het Rijk gaat niet over de manier waarop gemeenten het geld besteden.
Dat is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad.

(Een stembus verschijnt.)

En die gemeenteraad wordt gekozen door alle inwoners.

(De stembus wordt gevuld.)

Het vaststellen van de omvang van het gemeentefonds en een evenwichtige en eerlijke verdeling, is belangrijk werk.
Want met het gemeentefonds kunnen gemeenten hun taken goed uitvoeren.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.)

Zie ook