De opening werd opgevolgd door een inspirerende keynote van Eva Rovers, schrijver van Waarom we politiek niet alleen aan politici kunnen overlaten en Nu is het aan ons, en directeur van Bureau Burgerberaad. Haar bijdrage begon met een zorgelijke constatering: het klimaat krijgt niet de aandacht die het verdient in de politiek. Ze vroeg zich af: “Hoe kan het dat we de gevaren al zo lang kennen, maar dat we niet doen wat nodig is?
De dreiging van klimaatverandering is al decennialang bekend. Zo stelde de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson in 1965 al: “Deze generatie heeft de samenstelling van de atmosfeer wereldwijd veranderd met een constante toevoer van koolstofdioxide uit de verbranding van fossiele brandstoffen.” Toch blijft noodzakelijke actie uit, er gebeurt te weinig. Volgens Eva Rovers ligt een deel van het probleem in top-downbeleid dat onvoldoende aansluit bij de samenleving. Ze verwees naar de gele hesjes-protesten in Frankrijk als voorbeeld van hoe maatregelen die als opgelegd worden ervaren, juist averechts kunnen werken. Ook wees ze erop dat verkiezingen zelden de ruimte bieden om klimaat structureel op de agenda te houden: politici geven voorrang aan de korte termijn, uit angst kiezers te verliezen.
Wat is de oplossing? Eva Rovers pleit voor meer inspraak door burgers via burgerberaden, bestaande uit een representatieve afspiegeling van de samenleving. Onvrede over klimaatmaatregelen gaat vaak over het feit dat burgers zich niet gehoord voelen. Door zoveel mogelijk verschillende mensen een stem te geven bij het vormgeven van de maatregelen, ontstaan maatregelen die rekening houden met alle perspectieven en weinig blinde vlekken. Omdat inwoners geen rekening hoeven te houden met de volgende verkiezingen, blijken ze bovendien beter te kijken naar de lange termijn.
Hoe doen we dat precies? We kunnen leren van de landen om ons heen, legt Eva Rovers uit. Het Franse Convention Citoyenne pour le Climat, dat na de gele hesjes-protesten van start ging, begon alle bijeenkomsten met een fundamentele vraag aan alle deelnemers: “Wat is belangrijk voor jou in het leven?” Door te beginnen bij de waarden en zorgen van mensen zelf ontstond een gesprek over wat hen verbindt. Het bood een mooie gemeenschappelijke basis om het gesprek mee te starten. Want over de dingen die er echt toe doen in het leven, kunnen we elkaar vaak goed begrijpen. “Het burgerberaad voert geen debat, maar een dialoog. Dat helpt om common ground te vinden. Van daaruit zijn mensen in staat oplossingen te vinden voor de meest ingewikkelde problemen.”
Tot slot gaf Rovers enkele schrijftips voor jonge denkers die willen deelnemen aan de essaywedstrijd. Een essay, zo benadrukte ze, komt van het Franse essayer (proberen): “Moeilijk doen is makkelijk. Je hebt geen ingewikkelde woorden nodig: durf helder te zijn. Laat je boodschap zien én voelen, bijvoorbeeld met concrete verhalen. En bovenal: jij bent de brandstof. Vertel niet wat je denkt dat anderen willen horen, maar wat jou werkelijk bezighoudt.”