Adviestraject Uitvoeringskosten Klimaatakkoord

Het Klimaatakkoord is het plan om een van de meest ingrijpende transities ooit in Nederland vorm te geven. Veel van de dingen die moeten gebeuren, moeten uitgevoerd worden door gemeenten, provincies en waterschappen: de decentrale overheden. Zo zijn gemeenten aan zet om in 2030 1,5 miljoen woningen verduurzaamd te hebben.

Hiervoor moeten zij niet alleen de technische mogelijkheden om huizen aardgasvrij te maken grondig uitzoeken, maar daaromheen ook een uitgebreid participatietraject organiseren. Samen met provincies moeten deze gemeenten daarnaast een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. Dit doen zij in dertig RES-regio’s. In deze RES’en staat beschreven hoe provincies tot voldoende duurzame energieopwekking willen komen om het doel van 2030 te halen.

Extra middelen nodig
Om deze extra taken goed te kunnen uitvoeren zullen gemeenten, provincies en waterschappen extra middelen nodig hebben. Vanwege zijn onafhankelijke positie is de Raad voor het Openbaar Bestuur gevraagd een onderzoek te begeleiden naar hoe hoog deze extra uitvoeringslasten zijn. Op basis van dit onderzoek brengt de Raad een advies uit over de meest adequate bekostiging van deze lasten.

Hoofdvraag onderzoek

De hoofdvraag die in het onderzoek beantwoord moet worden luidt: welke extra uitvoeringslasten zullen decentrale overheden hebben tussen 2022 en 2030 ten gevolge van de afspraken uit het Klimaatakkoord? Hiervoor worden in het onderzoek de volgende vragen beantwoord:

  • Wat zijn de taken, werkzaamheden, die decentrale overheden moeten uitvoeren volgens het Klimaatakkoord?
  • Wat zijn de extra uitvoeringslasten die decentrale overheden naar verwachting hebben om die taken uit te voeren?
  • Welke factoren beïnvloeden die kosten? Oftewel, wat zijn de kostendrijvers?
  • Op welke manieren kunnen decentrale overheden deze taken efficiënt uitvoeren, bijvoorbeeld door regionale samenwerking of het benutten van meekoppelkansen?

Hoofdvragen advies

De Raad zal in zijn advies reflecteren op de uitkomsten van het onderzoek. De cijfers zullen immers niet voor zichzelf spreken: onvermijdelijk liggen er aannames aan ten grondslag en er zullen waarschijnlijk scenario’s worden geschetst die vragen oproepen of om interpretatie vragen. De Raad zal deze aannames en vragen in zijn advies meewegen en onder andere de volgende thema’s aansnijden:

  • Via welke bekostigingswijze de extra uitvoeringslasten het meest adequaat bekostigd kunnen worden.
  • Welke (beleids- of sturings)opties er zijn om de uitvoering zo efficiënt mogelijk vorm te geven binnen de kaders van het Klimaatakkoord en daarmee de uitvoeringslasten te beperken.
  • De relatie tussen de bevoegdheden en de kosten van decentrale overheden.
  • De samenloop tussen verschillende maatregelen.
  • Wat voor soort samenwerkingsconstructies er mogelijk zijn om de taken uit te voeren en wat voor financieringsstromen hierbij horen.

Om tot een goed advies over deze en andere thema’s te komen zal de Raad betrokken partijen in de gelegenheid stellen overwegingen op basis van het onderzoek aan hem mee te geven.

Planning

Meer informatie

Voor vragen over de enquête kunt u contact opnemen met Michiel Ehrismann, projectleider van het onderzoek vanuit AEF: m.ehrismann@aef.nl

Voor vragen over het onderzoek als geheel en het adviestraject kunt u contact opnemen met adviseurs Bart Coster en Gerber van Nijendaal