Een bestuurlijke tour de force

In een korte beschouwing over het jaar 2020 kan het niet anders dat corona een centrale rol speelt. Het jaar werd immers gedomineerd door het virus dat een wereldwijde pandemie veroorzaakte, die wij in aard en omvang tot dusverre eigenlijk alleen uit de geschiedenisboeken kende. In het voorjaar hoopten wij nog dat een gezamenlijke ultieme krachtsinspanning het virus in enkele maanden kon intomen. Maar al snel werd duidelijk dat het hier om een zaak van de lange adem ging; doorzettingsvermogen is in deze tijden een zeer prettige eigenschap gebleken.

Leestijd 3,5 - 5 minuten

De letterlijk ongekende situatie vroeg zowel van de Raad als van zijn studieobject het openbaar bestuur daarnaast ook de ogenschijnlijk tegenstrijdige vaardigheden van aanpassingsvermogen en onverstoorbaarheid. Een crisis van deze omvang en impact vraagt het vermogen flexibel in te kunnen spelen op steeds wijzigende omstandigheden. Voor de Raad zat dat in de eerste plaats in kleine dingen. Net als vele anderen kwamen de medewerkers van de Raad thuis te zitten en moesten computers, telefoons en tablets gereed worden gemaakt voor een situatie waarin thuiswerken niet voor één dag in de week mogelijk moest zijn, maar een nieuwe constante werd. De maandelijkse Raadsvergaderingen moesten eveneens via het computerscherm worden gehouden.

Vanuit keuken of werkkamer op zolder

Van grotere betekenis was dat door de coronacrisis evenementen niet meer fysiek konden worden bezocht, maar live gestreamd moesten worden. Adviesrapporten presenteren via een webinar was een latente wens die op de P.M.-lijst van de Raad stond, maar die door corona versneld in de praktijk is gebracht. Zo organiseerde de Raad in juni een online symposium over zijn eerder uitgebrachte advies Akkoord?! en moest Maxim Februari vier maanden later zijn ROB-lezing niet voor een volle zaal uitspreken, maar kijkend in een camera. De in april uitgestelde derde Dag van de Financiële Verhoudingen werd half oktober na stijgende besmettingscijfers geheel vanuit quarantaine opgezet; zelfs de sprekers van het symposium spraken ons vanuit hun keuken of werkkamer op zolder toe.

Inspelen op uitdagingen voor overheid, de rechtsstaat en de democratie

De coronacrisis betekende ook iets voor de programmering van de Raad. Als de overheid, de rechtsstaat en de democratie zo sterk worden uitgedaagd, dan betekent dat ook dat de Raad inhoudelijk op die uitdagingen moet inspelen. Zo schreef hij bij het advies Een sterkere rechtsstaat, waaraan hij bijna twee jaar in pre-corona tijden had gewerkt, een addendum om de actualiteit van het in april uitgebracht advies in coronatijd te benadrukken. De pandemie vereiste immers daadkrachtige besluitvorming over ingrijpende inperking van persoonlijke vrijheden. Voorwaar een vraagstuk dat het hart van de rechtsstaat raakt. En toen het besef doordrong dat we nog even met dit virus opgescheept zouden zitten, vroeg de Raad aan tientallen wetenschappers en bestuurders om in korte papers hun eerste gedachten over deze pandemie en haar invloed op het functioneren van openbaar bestuur, democratie en rechtsstaat op papier te zetten. Dat resulteerde in een reader van meer dan dertig bijdragen met de eerste scherpe observaties over de impact van deze crisis.

Onverstoorbaarheid

Behalve aanpassingsvermogen bleek voor de Raad als ook het openbaar bestuur onverstoorbaarheid vereist omdat zij tijdens een lang durende crisis ook zicht moeten houden op thema’s die niet tot het einde van de pandemie kunnen wachten. Voor de Raad betekende dat hij ook gewoon door moest gaan met advisering over onderwerpen die geen verband hielden met corona. Zo vroeg het kabinet de Raad om samen met de collega’s van de Raad voor Cultuur het belang en de positie van lokale media te onderzoeken. Het leidde in november tot het advies met de veelzeggende titel ‘Niet te missen’. En minister Ollongren van BZK wilde van de Raad weten hoe de ondersteuning van decentrale volksvertegenwoordigingen kan worden versterkt. In minder dan zes maanden tijd kwam de Raad tot het advies ‘Goede ondersteuning, sterke democratie’.

Openbaar bestuur en politiek moeten eveneens enige mate van onverstoorbaarheid aan de dag leggen. De coronacrisis beheerst nu ons leven, maar we weten dat daarna nog grotere uitdagingen op ons af komen. De dreigende klimaatverandering vraagt van onze samenleving en van politiek en bestuur een ongekende omslag in gedrag en beleid. De coronacrisis is zonder meer een bestuurlijke tour de force, terwijl we weten dat de klimaatcrisis een opgave is die in complexiteit de huidige overtreft.

Plotsklaps bleken maatregelen mogelijk die in de decennia daarvoor ter voorkoming van verdere opwarming van de aarde politiek en maatschappelijk onhaalbaar bleken.

Lessen trekken uit deze crisis

Daarbij kunnen we wel met grote interesse naar de eerste maanden van de coronacrisis kijken. Daar bleken plotsklaps maatregelen mogelijk die in de decennia daarvoor ter voorkoming van verdere opwarming van de aarde politiek en maatschappelijk onhaalbaar bleken. Bovendien bleken politieke partijen, overheidslagen, verschillende overheidsorganisaties en sectoren goed samen te kunnen werken omdat een gezamenlijke urgentie voor de aanpak voor een gemeenschappelijke opgave werd gevoeld. Het werpt de vraag op of er lessen uit deze crisis zijn te trekken hoe draagvlak voor draconische maatregelen ontstaat en onder welke voorwaarden muren tussen departementen, sectoren en belangen vergruizen om een verwachte crisis het hoofd te kunnen bieden.

Wat de aanpak van die grote opgave daarbij niet vereenvoudigt, is dat het gezag van de overheid en de politiek in 2020 een ongekende knauw heeft gekregen doordat de omvang van de eveneens ongekende misstanden rond de kinderopvangtoeslag duidelijk werd. De Raad voor het Openbaar Bestuur wil zich buigen over de vraag hoe het openbaar bestuur in deze constellatie van scepsis en soms zelfs wantrouwen legitimiteit kan terugwinnen om de grote transities die nodig zijn in gang te zetten.