Blog: Waarom de spreidingswet geen dwangwet hoeft te zijn

Weblog

In het signalement Gezag herwinnen. Over de gezagswaardigheid van het openbaar bestuur concludeert de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) dat de overheid gezag nodig heeft om de grote uitdagingen van onze tijd op te pakken. Eén van die uitdagingen is zonder twijfel de asielopgave. Maar hoe kan het asielstelsel zo worden ingericht dat de overheid voldoet aan haar rechtsstatelijke taken op het gebied van asielopvang en tegelijkertijd ook kan rekenen op voldoende steun vanuit de samenleving?

Asielcrisis?

Afgelopen jaar mocht ik namens de ROB over die vraag meedenken in een gezamenlijk adviestraject met de Adviesraad Migratie (ACVZ). We stelden vast dat de huidige manier waarop het asielstelsel in Nederland is ingericht niet functioneert. Het Rijk is afhankelijk van de vrijwillige medewerking van de gemeenten en komt daardoor steevast opvanglocaties te kort. De gemeenten weten op hun beurt niet waar ze aan toe zijn door het voortdurend op- en afschalen van de opvangcapaciteit van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).

Het resultaat is dat het asielstelsel vastloopt wanneer het aantal asielaanvragen toeneemt, zoals dit jaar pijnlijk duidelijk is geworden. Dat de overheid niet aan haar opvangplicht voldoet blijkt wel uit de beelden van op straat slapende asielzoekers in Ter Apel. Dat de overheid bij het openen van nieuwe opvanglocaties bovendien vaak niet kan rekenen op steun uit de samenleving is op te maken uit de hevige protesten in Harskamp en Tubbergen. Het kabinet zag zich al snel genoodzaakt om de asielopgave als ‘crisis’ te bestempelen. Er werd oude noodwetgeving uit de kast gehaald om de medewerking van gemeenten zo nodig af te kunnen dwingen.

Momenteel is staatssecretaris van Asiel en Migratie Van der Burg bezig om een wet voor de herziening van het opvangstelsel door de Tweede Kamer te loodsen. Deze wet – in de media al snel geframed als ‘dwangwet’, maar door de staatssecretaris liever ‘spreidingswet’ genoemd – moet het mogelijk maken om ook onder reguliere bestuurlijke omstandigheden gemeenten aan te wijzen om een opvanglocatie te openen wanneer van vrijwillige medewerking geen sprake is.

Van dwang naar gezag

Laten we eens nagaan of het kabinet met deze nieuwe wet inderdaad dwang uitoefent op gemeenten. In zijn signalement over gezag ziet de ROB dwang als een vorm van niet-vrijwillig geaccepteerde macht. Het is een tegenpool van gezag – door de ROB gedefinieerd als een vorm van macht die juist wel vrijwillig aanvaard wordt. In die zin zou je kunnen zeggen dat er in het geval van de nieuwe asielwet inderdaad sprake is van dwang: de wet is immers bedoeld om in te grijpen wanneer het gezag van de overheid om gemeenten vrijwillig asielzoekers op te laten vangen tekortschiet.

Nu kan zelfs dwang in een democratische rechtsstaat gelegitimeerd zijn – denk aan de handhaving van verkeersregels of het heffen van belastingen – maar het is gegeven de discussie interessanter om eens na te gaan onder welke voorwaarden men wel bereid is om macht vrijwillig te accepteren (en er dus geen sprake is van dwang, maar van gezag). Voor de ROB is de gezagswaardigheid van de machthebber hierbij van groot belang. Om gezagswaardig te zijn, moet een machtshebber drie kerneigenschappen bezitten: bekwaamheid, betrouwbaarheid en betrokkenheid.

Hoe we de asielopgave gezagswaardig aan kunnen gaan

In het geval van asielopvang lijken vooral de betrouwbaarheid en betrokkenheid van het Rijk in de ogen van veel gemeenten te wensen over te laten. Zoals beschreven zien gemeenten het Rijk als onbetrouwbare partner door het continue op- en afschalen van opvanglocaties. Bovendien hebben ze het gevoel dat het Rijk slechts in beperkte mate op de hoogte is van lokale omstandigheden en dat ze als gemeenten zelf weinig tot niets te zeggen hebben over de uitvoering van de asielopvang en de inbedding daarvan in de lokale samenleving.

In lijn met wat de ROB en de ACVZ in hun advies Asielopvang uit de crisis voorstelden krijgen gemeenten met de nieuwe wet meer dan voorheen garanties voor het beschikbaar stellen van opvangplekken. Het lijkt erop dat het Rijk zich hiermee betrouwbaarder op wil stellen richting de gemeenten. Zo wordt de financieringssystematiek gewijzigd – gemeenten worden niet meer betaald voor het aantal beslapen bedden, maar voor het aantal beschikbare bedden – en worden er middelen vrijgemaakt voor buffercapaciteit waardoor op- en afschalen minder snel nodig is.

Maar hoe staat het met de betrokkenheid van het Rijk bij de gemeenten en de betrokkenheid van de gemeenten bij de asielopvang? Anders dan in het advies van de ROB en de ACVZ – waarin werd voorgesteld om gemeenten zélf de asielopvang te laten organiseren – blijft het COA onder de nieuwe wet verantwoordelijk voor het faciliteren van de opvang. Als het Rijk wil dat gemeenten hun bijdrage leveren aan de asielopvang, dan zal het moeten zorgen dat gemeenten dit zoveel mogelijk naar eigen inzicht kunnen doen. Daarbij hoort ook dat er voldoende ruimte is voor kleinschalige opvang: de VNG klaagde deze week al dat het minimum van 100 opvangplekken per locatie zoals vastgesteld door het kabinet voor kleinere gemeenten problemen op gaat leveren.

Stok achter de deur

De tijd zal leren of de nieuwe asielwet gaat bijdragen aan een duurzaam en robuust asielstelsel. Ook als gemeenten een duidelijke taakstelling krijgen bestaat het risico dat het Rijk van sommige gemeenten nul op het rekest krijgt. In zo’n geval is het nuttig dat het Rijk de macht heeft om in te grijpen, ook als die macht dus niet vrijwillig geaccepteerd wordt. Maar als het Rijk zich een betrouwbare en betrokken partner toont en bereid is zijn macht te delen denk ik dat het niet zover hoeft te komen.

Daan Mutsers is adviseur bij de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.