Weblog

Blog: Vergeten zijn of vergeten voelen?

Voor het traject ‘Vergeten’ Nederland kijkt de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) samen met de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) en Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) naar de verschillen tussen regio’s. Daarbij staat één cruciale vraag voorop: voelen regio’s zich vergeten en zijn zij dat ook?

Regionaal beleid? 

Steeds vaker lees of hoor je over termen als ‘Randstadpolitiek’ of concentratiepolitiek.’ Al eerder schreef de ROB in het advies Rol nemen, ruimte geven dat het Rijk weinig kennis heeft van wat er in de regio speelt. Daar komt nog bij dat juist in regio’s waar de overheid minder over weet, mensen minder kansen hebben.1 In deze regio’s stemmen mensen op partijen die vaak lijnrecht tegenover de regering staan. Het roept de vraag op: hoe kan de nationale overheid beleid voeren dat goed is voor een regio? En voelen mensen in de regio’s zich echt zo vergeten?

Ik zocht een antwoord in het verleden. En stapte in de trein naar Oost-Groningen en Zuid-Limburg om daar met mensen te spreken die hun hele leven in deze gebieden hebben gewoond. Vanuit een Randstedelijk oogpunt wordt vanaf de jaren 60 vaak de teloorgang en het verval van deze gebieden gezien. Voelen de mensen dat daadwerkelijk ook zo?

Heerlen en zijn stedelijke teloorgang

Een prachtig, heuvelachtig landschap wordt steeds beter zichtbaar naarmate de treinreis vordert. De reis van Utrecht naar Heerlen duurt twee en een half uur. Dat betekent dat je vanuit Den Haag 3 uur onderweg bent. De feitelijke afstand tot Den Haag is enorm. Hoe zit het met de gevoelde afstand van de bewoners? Om antwoord te krijgen om die vraag, waag ik twee keer de reis naar Heerlen. De eerste keer tref ik Martin Herbergs in het Mijnmuseum.2 Een vrolijke man van in de tachtig met een sterk Duits-Limburgs accent. Ik heb gekozen om naar het Mijnmuseum te gaan omdat dat past bij de aard van het gebied en zijn verleden. Vroeger werd Zuid-Limburg gekenmerkt door de welvarende mijnstreek. Nu behoort het tot de krimpregio’s met de meeste kansenongelijkheid volgens de Kansenkaart.3 En in deze krimpregio’s is vaak armoede en economische misère. In Den Haag werd van 1979 tot 1990 beleid gevoerd voor dit gebied; de Perspectievennota moest zorgen voor een nieuw perspectief om de gevolgen van de mijnsluiting op te vangen. Maar voelden de mensen in dit gebied dat ook? Voelden ze zich ook gehoord bij al die Haagse plannen? 

Net als Martin kunnen de meeste mensen zich de Perspectievennota nog wel herinneren. Maar volgens de mensen uit Zuid-Limburg zijn de verkeerde besluiten genomen en heeft de overheid in Den Haag Zuid-Limburg na de mijnsluiting in de steek gelaten. Hoe meer mensen ik spreek, hoe duidelijker het wordt dat de mensen zich vergeten voelen. Martin herinnert zich vrienden die op straat kwamen te staan en ontevredenheid vanuit hemzelf en andere mijnwerkers. ‘De mannen werden gek van het werkloos zijn of van het werk in de fabrieken waar eentonig werk de norm was’, aldus Martin.

Oost-Groningen en zijn zoektocht naar werkgelegenheid 

Een week later belandde ik van het zuiden in het noorden. Van het heuvelachtig landschap brengt mij dit naar een platte uitgestrekte vlakte. Net als bij Heerlen ben je bij een plaats als Winschoten of Finsterwolde 3 uur onderweg naar Den Haag. De letterlijke afstand is dus ook hier groot, maar hoe zit dat met het gevoel? Ik sprak mensen die mij door het slechte bereik van het openbaar vervoer per auto van de een naar de ander brachten. De geïnterviewden waren - ondanks dat ik niet uit deze streek kom - erg behulpzaam.

In dezelfde periode, van 1979 tot 1990, was er voor Oost-Groningen net als voor Zuid-Limburg een beleidsplan vanuit de nationale overheid, het Integraal structuurplan Noorden des Lands. Maar terwijl ze in Zuid-Limburg meteen aansloegen op de Perspectievennota, leek niemand in Oost-Groningen dit plan voor de drie noordelijkste provincies meer te kennen. Hoe meer mensen ik ook sprak, hoe meer het beeld naar voren kwam van mensen die zich in de steek gelaten voelen. Een van de geïnterviewden, Jan van Greven, geeft aan dat dit bij veel mensen zich inderdaad het geval is. Dit wordt volgens hem versterkt door de aardbevingen. ‘Een deel van de straat hier krijgt schade vergoed en het andere deel niet, dat helpt niet voor het vertrouwen in de regering.’

Oog voor de regio

De gebieden die ik hier heb genoemd krijgen voor hun gevoel weinig kansen. Duidelijk is dat zij zich vergeten voelen en misschien zijn zij dat ook wel. Hoe meer gesprekken ik met mensen gevoerd heb en mij verdiept heb in de literatuur, hoe duidelijker het beeld wordt van ‘vergeten voelen.’ De nationale overheid lijkt de mensen in de regio’s niet goed aan te voelen waardoor het gevoerde regionale beleid niet aanslaat. De vraag is hoe de figuurlijke afstand tussen Den Haag en Zuid-Limburg / Oost-Groningen kan worden verkleind?

1 Zie https://kansenkaart.nl/vastcontract#6.48/52.289/5.285.
2 Zie https://www.nederlandsmijnmuseum.nl/mijnverhaal/?gclid=CjwKCAjwxZqSBhAHEiwASr9n9FaAC-PNychnG18XyaIwvS1zTel1qLxy1O-kChqcjkPt_xBlhMzTpBoCX4MQAvD_BwE.
3 Zie https://kansenkaart.nl/vastcontract#6.48/52.289/5.285.

Blog van Ruut Willemsen. Zij liep van februari tot en met april stage bij de Raad voor het Openbaar Bestuur i.v.m. het traject 'Vergeten' Nederland.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.