Weblog

Blog: Aan de slag met betere interbestuurlijke verhoudingen

Als een nieuwe coalitie zijn plannen publiceert, kun je wachten op de kritiek die losbarst. Iedere belangenvereniging mist wel dat ene belangrijke punt waarvoor ze al zo lang strijdt. En de toekomstige oppositiepartijen hebben uiteraard weinig moeite om punten te noemen die ze verkeerd vinden, anders zouden doen of in hun ogen ten onrechte geen plek in het gesloten akkoord hebben gekregen.

Ik weet: die kritiek is een ritueel. Het hoort bij de spelregels van de democratische rechtsstaat. De macht – ook de toekomstige macht van een nog niet aangetreden kabinet – moet voortdurend bevraagd en uitgedaagd worden. Ik vind het niettemin een ongemakkelijk ritueel. Omdat de kritiek soms te gemakkelijk en meestal zo voorspelbaar is. En regelmatig ook innerlijk tegenstrijdig; zo willen we allemaal een beknopt regeerakkoord maar iedereen kan benoemen wat er ten onrechte geen plaats in heeft gekregen.

Ondanks dat ongemak scrol ik bij de verschijning van het nieuwe coalitieakkoord tussen VVD, D66, CDA en ChristenUnie ook snel door het document met een kritische blik: wat hebben de onderhandelende partijen met de adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gedaan?

Het begint goed, want het eerste hoofdstuk heet ‘Democratische rechtsorde’ en gaat over alle thema’s waarover de ROB adviseert: het openbaar bestuur, de democratie en de rechtsstaat. De keuze om van dit belangrijke onderwerp het eerste hoofdstuk te maken zie ik als het belang dat de toekomstige regeringspartijen hechten aan een sterke democratische rechtsorde als noodzakelijke voorwaarde om alle andere beleidsambities te realiseren.

Verder lees ik in dat eerste hoofdstuk de belangrijke zinsnede dat de medeoverheden via een specifieke uitkering middelen krijgen voor de uitvoering van het klimaatbeleid. Dat is in de geest van ons advies Van Parijs naar praktijk. En conform het advies Lokale media. Niet te missen! dat we samen met onze collega’s van de Raad voor Cultuur uitbrachten, lees ik: ‘Om de onafhankelijkheid van de pers op lokaal niveau beter te waarborgen, hevelen we de financiering hiervan over van het Gemeentefonds naar landelijke financiering en investeren we extra.’

Onlangs bracht de ROB nog een advies uit waarin hij wees op het grote belang dat de Tweede Kamer zichzelf meer en betere ondersteuning zou gunnen. En zie, wat schrijven de vier partijen: ‘We versterken de positie van de Tweede Kamer door (...) de structurele financiering van onder meer de Griffie, dienst Analyse en Onderzoek en bureau Wetgeving te versterken.’. Okee, de ROB vond dat ook fracties meer geld zouden moeten krijgen voor hun ambtelijke ondersteuning, maar ik ga over dat verschil niet kniezen.

So far so good.

Maar uiteindelijk kan ik er ook niet omheen dat ik een belangrijk aspect mis in het coalitieakkoord, namelijk het besef bij de coalitiepartijen dat zij voor de uitvoering van veel van hun ambities afhankelijk zijn van de medeoverheden. En dat de relatie met provincies en waterschappen, maar vooral met gemeenten de afgelopen jaren toch wat getroebleerd is geraakt. Kortom, dat een nieuw kabinet moet investeren in zijn relatie met die medeoverheden wil het zijn ambities kunnen waarmaken.

Natuurlijk, ik lees ook in dat eerste hoofdstuk dat de regeringspartijen de autonome positie van gemeenten willen versterken onder meer door een meer stabiele financiering te realiseren. Maar daar staat dan weer deze bepaling tegenover: ‘Wanneer het algemeen belang dit noodzakelijk maakt, zal het kabinet, met inachtneming van de lokale autonomie en passende waarborgen, gebruikmaken van de mogelijkheid een aanwijzing te geven aan de medeoverheden.’ Waarom is het nodig om in een coalitieakkoord te benoemen dat je naar een bestaand wettelijk middel zult grijpen als dat nodig is? Dat klinkt bijna als een dreigement. Welke functie heeft dat dreigement?

Maar mijn optimistische kant zegt dat een van de belangrijkste ROB-adviezen van het afgelopen jaar, namelijk Rust-Reinheid-Regelmaat, niet per se een plek in het regeerakkoord hoeft te krijgen om toch uitgevoerd te worden. In dit advies stelt de ROB dat het heel belangrijk is dat een nieuw kabinet werk maakt van de verbetering van de relatie tussen Rijk en gemeenten. Dat er veel knelpunten liggen op het vlak van verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden en financiën. Dat de overheden nu in permanente staat van strijd en onderhandeling verkeren. Dat het van groot belang is dat die overheden weer in harmonie gaan samenwerken aan de grote opgaven van deze tijd: klimaat, stikstof, wonen, de opvang van vluchtelingen, het tegengaan van polarisatie. En dat het daarom belangrijk is dat heel snel alle knelpunten worden opgelost.

Misschien is het teleurstellend dat de urgentie van goede interbestuurlijke verhoudingen niet uit het coalitieakkoord spreekt. Maar ik wil me niet aansluiten in de lange rij van criticasters, een nieuw kabinet verdient de kans op een welwillende ontvangst. Bovendien: de nieuwe minister van BZK kan bij haar of zijn aantreden aankondigen meteen werk te gaan maken van betere interbestuurlijke verhoudingen. Dat kan zij of hij doen zonder dat daarover een zinsnede is opgenomen in het coalitieakkoord.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.